Faalangst werkt belemmerend bij autorijden
Je weet vaak wel wat je moet doen maar dan ga je toch twijfelen en dan blokkeer je: je weet het even niet meer, je hoofd schiet vol met allemaal negatieve gedachtes, je lichaam wordt gespannen en ineens lukt iets simpels niet meer.
Bijvoorbeeld in de auto:
Je ziet dat je moet invoegen.
Je hebt het geoefend.
Je kunt het.
Maar je denkt: “Wat als ik het verkeerd doe?”
En die gedachte zorgt ervoor dat je te laat reageert of helemaal niks meer doet.
Dat is faalangst.
Het is geen gebrek aan kunnen.
Het is een gebrek aan vertrouwen in jezelf onder druk.
Wat kan er gebeuren en wat kan je ervaren?
- Black-outs
- Trillen, zweten, hartkloppingen
- Overdenken
- Uitstellen of blokkeren
- Achteraf denken: Waarom deed ik dat nou niet?
Wat kun je er zelf tegen doen?
Het goede nieuws: Faalangst is te trainen. Het zit in je brein, niet in je talent.
Ik heb een aantal oefeningen voor je die je kunnen ondersteunen!
1. Adem je hoofd rustig
Voel je de spanning oplopen? Probeer dit eens:
- Adem 4 tellen in
- Houd 2 tellen vast
- Adem 6 tellen uit
- Herhaal dit 5 keer
Voor veel kandidaten werkt dit goed: je lichaam wordt rustiger en je hoofd kan weer helder nadenken. Heerlijk als het voor je werkt!
Tip: Dit werkt ook in andere spannende situaties, niet alleen tijdens het autorijden.
2. Niet perfect, gewoon doen
Zeg in jezelf:
‘Ik hoef het niet perfect te doen’.
De moed om een poging te doen is namelijk belangrijker dan het eindresultaat.
Fouten maken mag. Je kunt samen met je instructeur altijd een oplossing vinden om de situatie bij te sturen.
3. Hardop denken
Tijdens het rijden zeg je zachtjes wat je ziet en doet, bijvoorbeeld:
- Ik zie een bord
- Ik heb haaientanden
- Ik zie een oversteekplaats
- Waar rijd ik op af?
- Wat ga ik doen?
Dit houdt je hoofd actief en voorkomt blokkeren.
Een mens kan namelijk niet tegelijk praten en in negatieve gedachten blijven hangen. Merk je dat je vast blijft zitten in je fouten? Dan is dit een krachtig trucje om uit de paniekmodus te blijven.
4. Fouten zijn geen falen, iedereen maakt fouten
Je faalt pas als je opgeeft, niet als je moet corrigeren.
Elke keer dat je een fout herstelt, word je beter.
Opgeven kan iedereen. Wees trots op wat je durft en blijf knokken. Jij verdient het succes waar je naar streeft, de aanhouder wint!

